lijn2
BENG – Bijna energie neutraal gebouw

 

In Nederland moeten, sinds 1996, nieuw te ontwikkelen gebouwen voldoen aan energieprestatie eisen. De eisen hebben betrekking op een maximaal primair energieverbruik van gebouwgebonden installaties en wordt uitgedrukt in een EPC. In de afgelopen jaren zijn deze eisen steeds strenger geworden. De EPC van een woning is gedaald van 1,4 in 1996 naar 0,4 de huidige eis. Vanaf eind 2020 moeten alle nieuw te ontwikkelen gebouwen bijna energie-neutrale gebouwen (BENG) zijn. Hiervoor worden nieuwe bepalingsmethoden ontwikkeld en worden nieuwe eisen gesteld (naast een soort EPC-eis) aan de energiebehoefte en het gebruik van hernieuwbare energie.
 

Onderwerpen op deze pagina:

 

Wet- en regelgeving
De Nederlandse wet- en regelgeving over de energieprestatie van gebouwen is gebaseerd op de Europese Richtlijn “Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD)”:

  • Besluit energieprestatie gebouwen (BEG);
  • Regeling energieprestatie gebouwen (REG).

naar boven

 

Bepalingsmethode
Momenteel (juni 2016) is nog geen bepalingsmethode voor BENG beschikbaar. In de brief aan de Tweede Kamer (2 juli 2015 minister Stef Blok, Wonen en Rijksdienst) wordt aangekondigd dat het kabinet wil zorgen voor bepalingsmethoden die transparant en eenvoudig zijn en goed aansluiten bij de behoefte van de consument. De BENG-indicatoren kunnen op dit moment alleen bepaald worden uit de tussenresultaten van de berekening van de Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC)-berekening (NEN 7120).

naar boven

 

BENG indicatoren (voorlopige, nog niet vastgestelde eisen)
BENG indicatoren zijn gebaseerd op 3 verschillende eisen waar de nieuwbouw gelijktijdig aan dient te voldoen (nu is er 1 EPC-eis):

  • Maximaal toelaatbare energiebehoefte in kWh/m² per jaar: energiebehoefte voor verwarming en koeling opgeteld. Voor utiliteitsgebouwen telt ook de energiebehoefte voor verlichting mee;
  • Maximaal toelaatbare primair (fossiel) energiegebruik in kWh/m² per jaar: een optelsom van het primair energiegebruik voor verwarming, koeling, warmtapwaterbereiding en ventilatoren. Voor utiliteitsgebouwen telt ook het primair energiegebruik voor verlichting en voor bevochtiging (indien aanwezig) mee;
  • Minimaal aandeel hernieuwbare (niet-fossiel) energie in %: de hoeveelheid hernieuwbare energie gedeeld door het totaal van hernieuwbare energie én primair energiegebruik. Hernieuwbare energie is energie uit niet-fossiele bronnen zoals wind, zon, aerothermische, geothermische en hydrothermische energie.

 

Schematisch weergegeven de energiebehoefte, primaire energieverbruik en hernieuwbare energie voor een all-electric woning:
 


 

Schematisch weergegeven de energiebehoefte, primaire energieverbruik en hernieuwbare energie voor een woning aangesloten op een warmtenet:
 


 

naar boven

 

Voorlopige, nog niet vastgestelde, BENG-eisen
 


 

De verwachting is (dit moet nog worden getoetst in 2018) dat de eisen voor het grootste deel van de gebouwen goed financieel haalbaar zijn in 2021. Gestapelde bouw hoger dan vijf verdiepingen, studio’s en winkels krijgen hierbij speciale aandacht (bron: Klik hier voor de kamerbrief over voortgang energiebesparing gebouwde omgeving .

naar boven

 

De invloed van duurzame warmtenetten op het behalen van de BENG indicatoren
Van een woning aangesloten op 3 verschillende infra-structuren (gas, all-elctric en warmte) zijn de BENG indicatoren bepaald. Voor aansluiting op een warmtenet zijn 2 varianten doorgerekend:

  • Gas: warmtevoorziening HR-combi-ketel;
  • All Electric: warmtevoorziening warmtepomp-combi;
  • Warmtenet:
    • Warmtenet 1: EOR 400%, aandeel hernieuwbaar 40%. Dit is bijvoorbeeld warmte uit een afvalverbrandingsinstallatie (AVI);
    • Warmtenet 2: EOR 150%, aandeel hernieuwbaar 0%. Dit is warmte uit een elektriciteitscentrale, zonder bijstook van bio-massa.

Om te kunnen voldoen aan alle 3 de BENG eisen is per concept het minimale aan m² PV bepaald. De resultaten zijn in de volgende tabel weergegeven.
 


 

naar boven

 

Analyse resultaten

  • De warmte- en koude-behoefte van deze woning (BENG eis 1) zijn voor alle concepten van warmteopwekking gelijk. De warmte-behoefte wordt bepaald door de mate van isolatie en het gebruik van warmteterugwinning, de koude-behoefte door de ligging en gebruik van zonwering. Deze eis is relatief streng: zeer goede isolatie, triple HR++-glas, ventilatie met HR-WTW en buitenzonwering zijn nodig om hieraan te kunnen voldoen.
  • Het primaire energieverbruik is van de warmte-concepten het laagst.
  • Om te kunnen voldoen aan BENG-eis 3 (minimaal aandeel hernieuwbare energie) zijn voor alle concepten PV-panelen nodig. Warmtenetten met een aandeel hernieuwbare energie (bijvoorbeeld een AVI) hebben minder PV nodig dan een warmtenet zonder hernieuwbare energie en het all-electric concept.

naar boven