de-zon lijn2
Nieuwsbrief zomer 2015: Nederland na Slochteren

 

Nederland is doordrongen van het opraken van de nationale gasvoorraad. Met concepten als Nul-Op-de-Meter en all electric slaan we nieuwe paden in. In deze zomernieuwsbrief van Innoforte plaatsen we warmtenetten met al zijn vernieuwende mogelijkheden in het hart van deze discussies. Zoals u van ons gewend bent informeren wij u in deze nieuwsbrief bovendien op het gebied van actuele ontwikkelingen in wet- en regelgeving op het gebied van warmtenetten. Nieuw in onze nieuwsbrief is dat wij klanten aan het woord laten aan wie wij onlangs onze diensten mochten verlenen.

 

De onderwerpen uit deze nieuwsbrief:

 

Energievisies en warmteplannen.

Minister Kamp van Economische Zaken bracht op 2 april jl. zijn warmtevisie uit. De minister wil graag de ontwikkeling van warmtenetten ondersteunen en is bereid om de regelgeving aan te passen. Wij denken dat er aan 2 belangrijke randvoorwaarden moet worden voldaan om groei van warmtenetten mogelijk te maken. De eerste randvoorwaarde is dat een warmtenet een verantwoorde keuze is in het licht van de alternatieven, zoals bijvoorbeeld “all electric”. Beantwoording van deze vraag is mogelijk door de alternatieven in kaart te brengen en de integrale kosten op lange termijn en de duurzaamheid van de verschillende opties naast elkaar zetten voor een bepaalde wijk, stad of regio. In onderstaande afbeeldingen zijn de concepten  “warmtenet”, “WKO bronnennet” en “all electric” als voorbeeld gevisualiseerd:

(klik op het plaatje voor een vergroting)

plaatje zorgsector 01

 

plaatje zorgsector 01

 

plaatje zorgsector 01

Vervolgens brengen wij de integrale energiekosten (over alle stakeholders heen) en de CO2 emissie in kaart:

plaatje zorgsector 01

Hiermee optimaliseren we de grootte van de koek, alvorens het te gaan hebben over de verdeling van de koek. De tweede randvoorwaarde is dat de betrokken partijen elkaar vertrouwen, elkaars belangen kennen en respecteren en samen willen werken aan een faire verdeling van de koek. Daarbij doelen wij zeker niet alleen op de warmtetarieven, maar ook op financiering, eigendom en inspraak. De grote uitdaging voor de warmtesector is het samen met de stakeholders opnieuw uitvinden van het warmtenet, qua techniek, economie en samenwerking. Daarvoor moeten we dialoog organiseren. Jan-Willem van der Groep, programmaregisseur van Energiesprong, werpt een balletje op in de vorm van zijn 10 ontwerpprincipes voor nieuwe warmtenetten. Er klinkt in door dat we warmtenetten met echt duurzame bronnen nodig hebben die warmte tegen een faire prijs op vrijwillige basis leveren aan energiezuinige gebouwen. Dit klinkt aantrekkelijk, maar hoe realiseren wij dat in de praktijk?

Aan de hand van 2 voorbeelden uit onze adviespraktijk presenteren wij onze aanpak. Deze wordt gekenmerkt door een convergerend, bottom up proces, waarbij wij gebalanceerde aandacht hebben voor techniek, economie en mensen.

Het eerste voorbeeld betreft de ontwikkeling van een energievisie voor het nieuw te ontwikkelen bedrijventerrein Dordtse Kil IV in Dordrecht. Innoforte stelde bandbreedtes op van de toekomstige energievraag, ontwikkelde diverse energieconcepten op het gebied van warmte, koude en elektriciteit en bracht de integrale kosten en duurzaamheid in beeld. Deze ontwikkeling vond plaats in nauwe samenwerking met het netwerkbedrijf Stedin, warmtebedrijf HVC, projectontwikkelaars, gemeente en vestigingskandidaten. Roosmarijn Sweers van gemeente Dordrecht: We wilden meer dan een ‘gewone’ energievisie laten opstellen. We hebben Innoforte ingezet om samen met onze stakeholders een energie-strategie te ontwikkelen, waarmee we inspelen op kansen en ontwikkelingen. Innoforte geeft daaraan een stevige inhoudelijke basis, vanuit gezond verstand, met oog voor de verschillende belangen en drive om de energietransitie een stap verder te brengen.. De opgestelde concept energievisie wordt binnenkort via een maatschappelijk debat getoetst.

Het tweede voorbeeld is de verduurzaming van de Buitenvaart, een bestaand tuinbouwgebied in Almere. De tuinders willen met duurzame, betrouwbare en betaalbare energie een nieuw fundament leggen onder hun ondernemerschap. De gemeente streeft naar vergroening van de regio en het sluiten van lokale kringlopen. De Floriade van 2022 geeft het gebied bovendien een impuls door creativiteit en innovatievermogen te stimuleren. Innoforte ontwikkelt momenteel energieconcepten in samenwerking met de tuinbouwsector, het netwerkbedrijf Alliander, warmtebedrijf Nuon en gespecialiseerde dienstverleners als Flynth, Agrimaco, IF Technology en Raedthuijs. Er is oog voor Ruimtelijke Ordeningsvraagstukken en het organisatievermogen van de tuinbouwondernemers zelf, maar de techniek en vooral de economie vormen de basis. Monique van der Plas van de gemeente Almere: Innoforte is door LTO Glaskracht en gemeente Almere gevraagd onderzoek te doen naar verduurzaming van het glastuinbouwgebied de Buitenvaart. Ik heb Wim Mans als slim, professioneel en inspirerend ervaren. Wim heeft ons in de zoektocht naar aanpak en proces echt op het goede spoor gezet. Zijn Z card met duurzame concepten beveel ik van harte aan. Het resultaat van de eerste bijeenkomst is een betrokken en enthousiaste groep van tuinders en professionele stakeholders. Die zin heeft om samen energiek, volgende stappen te zetten. Met Innoforte.”

Wilt u meer weten over onze aanpak, kom dan naar het seminar “Hoe organiseer je een gasloze wijk met een Esco” op 23 september in Zwolle of neem contact met ons op.

naar boven

Simulatiemodellen: gereedschap voor energietransitie.

Bij het streven naar een duurzame, betaalbare en betrouwbare energievoorziening moeten wij soms tientallen jaren vooruit kijken. De mogelijke technologische ontwikkelingen vormen grote onzekere factoren. Denk bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van smart grids, heat 2 power, opslag van warmte, opslag van elektriciteit, open warmtenetten, de inzet van waterstof, brandstofcellen, etc. En dan hebben we het alleen nog maar over technologie. Er zijn daarnaast ook economische, sociale en (geo-)politieke ontwikkelingen. Allemaal factoren die transformatie van een fossiele naar een duurzame economie uiterst complex maken. Toch moeten we keuzes maken. De risico’s verbonden aan het handhaven van de huidige energievoorziening zijn immers ook levensgroot.

Innoforte hanteert transparante projectiemodellen die toegankelijk zijn voor alle betrokken stakeholders. Door te werken met bandbreedtes en Monte Carlo simulaties brengen wij, behoudens de integrale kosten en de duurzaamheid, ook de risico’s kwantitatief in beeld.

Het doorgronden en accepteren van modellen door alle stakeholders is helaas geen sinecure. Verschillende achtergronden, kennisniveaus, vakdisciplines, culturen en overtuigingen zijn hier debet aan.

In het Europese Transform project heeft een consortium van steden, Lyon, Wenen, Kopenhagen, Hamburg Genua en Amsterdam samen met dertien partners dit complexe vraagstuk onderzocht. Het doel was het ontwerpen van methodes en gereedschappen die de dialoog tussen de vele stakeholders over de energietransitie kunnen ondersteunen. Het resultaat is o.a. de Energie Atlas, een ICT Tool (Decision Support Environment; DSE) en een werkwijze.

Een energie atlas
In deze digitale atlas komt alle energie gerelateerde informatie van de stad op GoogleMaps bijeen. Amsterdam is in Europa koploper met het kaart brengen van energie informatie.

Decision Support Environment

Maar wat is de waarde van alle informatie vastgelegd in kaarten? Samen met de Amsterdamse vestiging van Accenture, Macomi en het Oostenrijkse AIT (Austrian Institute For Technologie), partners in TRANSFORM, is gewerkt aan een prototype van een interactieve “Decision Support Environment” die rekent met deze Big energie Data. De DSE is een open source simulatie model waarbij energie data gevisualiseerd wordt in kaarten en gebruikt voor simulatie-berekeningen van toekomstige energiesystemen. Dit kan op wijkniveau of voor een hele stad.

Het is een platform waarop de vele actoren van stedelijke energiesystemen in dialoog kunnen over optimale technische-economisch-duurzame oplossingen voor een wijk of een stad. Met de uitkomsten van verschillende scenario’s zijn beleidsmakers, bedrijven en belanghebbenden in staat om keuzes te maken voor investeringen in nieuwe energiesystemen, energie efficiëntie en duurzame energie. Men zou dit platform ook een Dialoog Omgeving kunnen noemen.

Smart Urban Lab
Het platform waarop de dialoog plaats kan vinden noemen we in Transform en Smart Urban Lab.

Meer informatie vindt u op de website van Urbantransform. Zie ook de atlas van Amsterdam.

Gemeentes of provincies die geïnteresseerd zijn in het gebruik van deze tools nodigen wij van harte uit om contact met ons op te nemen. Samen met Ronald van Warmerdam van gemeente Amsterdam kunnen we nagaan op welke wijze deze modellen van dienst kunnen zijn bij het opstellen van robuuste plannen.

naar boven

Huwelijk tussen nul-op-de-meter (NOM) en warmtenet?

Wat is NOM?

NOM Renovaties van bestaande woningen houdt veelal in dat een woning wordt voorzien van een nieuwe schil, nieuw dak en maximale warmteterugwinning (ventilatie, douchewater) in combinatie met opwekking van duurzame energie op woningniveau. NOM woningen zijn op jaarbasis energieneutraal: het verbruik van energie (gebouwgebonden en gebruikersgebonden) is op jaarbasis gelijk aan de opgewekte energie. Ergo: er is geen energierekening meer. Het programma Energiesprong fungeert als aanjager. Een grootschalige aanpak stimuleert creativiteit en ketensamenwerking: bouwers, fabrikanten, woningcorporaties en financiers komen tot prefab innovaties en financieringsconstructies. De relatief hoge investering (circa € 50 – 80K per woning) is te financieren door levensduurverlenging (waarde op de balans van de eigenaar te activeren), STEP subsidies en door kapitalisatie van de vermeden energierekening. Woningcorporaties verdienen de investering deels terug door het langer kunnen verhuren van de woning, het doorvoeren van een huurverhoging en het in rekening brengen van een EPV: Energie Prestatie Vergoeding. Het is daarbij de bedoeling om het woongenot te verhogen en de totale woonlasten te beheersen.

De voordelen van NOM

NOM renovaties vormen een antwoord op de maatschappelijke opgave om bestaand vastgoed te verduurzamen. Het is voor de consument aantrekkelijk vanwege het ontbreken van de energierekening. Gemeenten kunnen NOM renovaties aangrijpen om de leefbaarheid van oude wijken een impuls te geven. Een NOM renovatie is vaak aanleiding om ook te investeren in openbare ruimte. De maatschappij en de bouwsector profiteren van het werkgelegenheidseffect en de maatschappij als geheel heeft na een NOM renovatie minder risico op prijsstijgingen voor energievoorziening: volatiele energieprijzen die tot stand komen op basis van internationale verhoudingen worden vervangen door voorspelbare kapitaallasten. Dit is goed voor het nationaal inkomen (werkgelegenheid), onze betalingsbalans en politieke onafhankelijkheid.

Knelpunten en risico’s NOM renovaties

De hoge investering rendeert soms niet voor een woningcorporatie, zeker als de woningen nog goed verhuurbaar zijn in de huidige staat. Als lokale duurzame warmtevoorziening wordt vooral de warmtepomp ingezet. De warmtebron van de warmtepomp is bodemwarmte of buitenlucht. Een warmtepomp is kapitaalintensief en moeilijk terug te verdienen als gevolg van de zeer lage warmtevraag.

Een ander knelpunt is de nu nog kosteloze saldering op jaarbasis van de met PV opgewekte elektriciteit. De maatschappelijke kosten voor transport van elektrische energie en het beschikbaar stellen van fossiele energiebronnen op tijden dat er geen aanbod is van duurzame bronnen, wordt nu nog betaald door alle afnemers samen. Deze salderingsregeling kost de maatschappij veel geld en zal daarom mogelijk in de toekomst worden afgebouwd. Welke partij neemt dit risico?.

Bij gestapelde bouw is er te weinig (dak)oppervlak om via PV panelen voldoende energie op te wekken om NOM te kunnen realiseren.

De bewoners vormen ten slotte ook nog een knelpunt. Het verhoogde comfort kan leiden tot een hogere warmtevraag dan voorzien. Zo kan een forsere douchestraal het warmteverbruik doen stijgen. Comfortabele centrale verwarming in plaats van lokale verwarming met gevelkachels kan ook leiden tot een hogere warmtevraag. Goede instructies en heldere informatieverschaffing over het momentane energieverbruik vormen het antwoord.

Warmtenet

Wat is een warmtenet?

Een warmtenet is een koppeling tussen beschikbare bronnen van duurzame warmte of restwarmte en afnemers van warmte. Duurzame bronnen als geothermie, biomassa of restwarmte zijn veelal grootschalig en vergen vele afnemers die via een kapitaalintensief warmtedistributienet aan de bron worden verbonden. Samenwerken is dus noodzakelijk. Dit is complex door de vele stakeholders, belangen, percepties, lange termijn effecten en verschillende mogelijke financiering- en samenwerkingsmodellen. Op dit moment zijn warmtenetten veelal in commerciële handen. De warmtewet beoogt de gebonden afnemer te beschermen tegen de beperkte marktwerking bij een warmtenet.

De warmtebronnen waren voorheen vooral restwarmte van grijze elektriciteitscentrales en afvalverbrandingsinstallaties. Er was sprake van verplichte aansluitingen, de warmteprijs is gebaseerd op n.m.d.a. (met aardgas als referentie) en er is sprake van redelijk hoge thermische verliezen in het warmtenet (20 tot 40%).

Knelpunten en risico’s

De beeldvorming van warmtenetten is soms negatief. In het verleden gevormde percepties en de praktijken van huidige warmtenetten die niet overal even positief zijn, staan een open dialoog soms in de weg.

De vrijheidsgraden die warmtenetten in potentie bieden worden in de discussies soms a priori ingeperkt. Zo is er sprake van een zekere trade off tussen het economisch rendement van gebied- en gebouwgebonden maatregelen. Trias Energetica klinkt logisch, maar staat optimalisatie van de gehele keten soms in de weg: bij het steeds verder gaan in het beperken van de energievraag is sprake van de wet van de afnemende meeropbrengst. Een euro geïnvesteerd in collectieve duurzame opwekking kan maatschappelijk gezien meer opleveren, maar de huidige financiële muren tussen de partijen (n.m.d.a. prijs) staat deze afweging grotendeels in de weg.

Een ander knelpunt is de economische rentabiliteit voor investeerders (“euro’s onder de streep”) versus het maatschappelijk rendement in termen van werkgelegenheid, kennisopbouw, mogelijkheid tot afzet warmte voor industrie, effect op de toekomstige betalingsbalans van Nederland, beperking van prijsrisico’s, verbetering van de luchtkwaliteit in de stad, bijdrage aan de COreductie. In dit licht bezien is cofinanciering door een overheid te billijken.

Zoals reeds aangegeven vormt de n.m.d.a. prijs van warmte een knelpunt bij het bepalen van een optimaal pakket aan maatregelen (in de woning en in het warmtenet). Ook om twee andere redenen is het verstandig om na te denken over alternatieve verrekenstructuren. De consument is gewend aan de kostenstructuur van verduurzaming. Isoleren, PV en warmtepomp zijn kapitaalintensief, maar leiden na investering tot geringere energielasten. Zo niet bij een warmtenet: hoe duurzaam de warmte ook is, bij n.m.d.a. blijft de warmte net zo duur als aardgas. Ook voor het warmtebedrijf is n.m.d.a. niet aantrekkelijk. Bij een warmtebedrijf is sprake van hoge kapitaallasten en lage energiekosten. De opbrengst van het warmtebedrijf is juist andersom: lage aansluitbijdrage en hoge marge op warmte. De marge op warmte zorgt voor het terugverdienen van de investering in de warmtebron en/of warmtenet. Indien bestaande afnemers minder warmte gaan afnemen gaat dit ten koste van de businesscase van het warmtebedrijf.

Hebben warmtenetten toekomst?

Warmtenetten bieden mogelijkheden bij de balancering van vraag en aanbod op de elektriciteitsmarkt. Enerzijds door het omzetten van tijdelijke overschotten aan elektriciteit in warmte (P2H), anderzijds door de mogelijkheid tot seizoensopslag van warmte waardoor in de winter minder elektriciteit voor warmtepompen nodig is.

De verduurzaming van de warmtevoorziening is van groot belang in de energietransitie: warmte vergt een groot aandeel van onze totale energiebehoefte. Qua betaalbaarheid kunnen warmtenetten in stedelijke omgevingen aantrekkelijk zijn. Diverse uitgevoerde MKBA (maatschappelijke kosten en baten analyse) onderschrijven dit. De duurzaamheid van de warmtebronnen is natuurlijk heel belangrijk. De duurzaamheid van solarthermie, geothermie, restwarmte is via een EMG verklaring onafhankelijk aan te tonen.

De toekomst van warmtenetten is afhankelijk van de wijze waarop we toekomstige warmtenetten gaan ontwikkelen met de betrokken stakeholders en vrijheid die we ons daarbij permitteren om gebruik te maken van mogelijke innovaties die warmtenetten bieden. Deze innovaties zijn in meerdere dimensies mogelijk:

  • Technisch innovaties: echt duurzame bronnen, lage temperatuur verwarming, seizoensopslag van warmte, Power to Heat (P2H), aansluiting bestaande gebouwen via gevel en dakgoot, prefab leidingsystemen, etc.
  • Organisatorische innovaties: TPA, vrijwillige aansluiting, participatiemodellen
  • Economisch innovaties: andere verrekenstructuren, andere financiering

Innoforte werkt momenteel aan nieuwe samenwerkingsmodellen en poogt daarbij te komen tot een huwelijk tussen NOM en warmtenetten. Kernwoorden daarbij zijn: slim gebruik maken van de duurzaamheid van het warmtenet, het aanbieden van de warmte tegen kostprijs + (in plaats van nmda) in combinatie met het in rekening brengen van een redelijk aandeel in de investering in het warmtenet. In de volgende nieuwsbrief zullen we enkele nieuwe samenwerkingsmodellen tonen.

Industriële restwarmte als bron?

Innoforte is betrokken bij vele projecten op het gebied van benutting van industriële restwarmte. Recente projecten zijn: bedrijventerrein de Vaart in Almere, koffiebrander Pelican Rouge in Dordrecht en vloerfabrikant Forbo in Krommenie. Onze visie luidt dat het verstandig is om eerst te onderzoeken wat het potentieel is om restwarmte te hergebruiken binnen het eigen bedrijf alvorens over te gaan tot levering aan derden. Dit hergebruik binnen het eigen bedrijf kan door de warmte terug te voeren naar de productieprocessen of door de warmte aan te wenden voor andere processen (productie elektriciteit, koude of ruimteverwarming). Wij ontwikkelden een aanpak die we trias thermodynamica doopten.

naar boven

Stoomnet Tilbrug

Innoforte onderzocht in 2014 de haalbaarheid van een stoomnet op het bedrijventerrein Kraaiven in Tilburg voor afvalstromenverwerker Attero. Het plan luidde om op de bestaande locatie van Attero in Tilburg (de Spinder) een biomassacentrale te bouwen die lokale hout afvalstromen verwerkt tot duurzame elektriciteit en warmte. Deze warmte kan in de vorm van stoom worden gedistribueerd naar Kraaiven. Op dit terrein bevinden zich veel industriële bedrijven in de voedingsmiddelenbranche. Het onderzoek wees uit dat er sprake is van een groeiende behoefte van deze bedrijven om duurzame warmte af te nemen tegen stabiele prijzen. Ook in de industrie is men zich meer en meer bewust van de kwetsbaarheid als gevolg van de afhankelijkheid van aardgas. Helaas blijkt de economische haalbaarheid van een kapitaalintensief ondergronds stoomnet negatief vanwege de afstand van de beoogde vestigingslocatie tot het industrieterrein. Bij een volledig bovengronds stoomnet ziet de businesscase er een stuk gunstiger uit. Het onderzoek heeft uitgewezen dat een biomassacentrale geplaatst nabij grote afnemers daarentegen een goed perspectief te zien geeft. Attero werkt momenteel samen met de betrokken partijen aan de concretisering.

 

 

naar boven

Solarthermie

In Nederland denken we vaak dat zonne-warmte alleen gebruikt kan worden voor het verwarmen van tapwater in woningen: zonne-collectoren op het dak van de woning en een voorraadvat met warmwater. Maar zonne-warmte kan ook uitstekend gebruikt worden voor het verwarmen van woningen. In Denemarken, met een vergelijkbaar klimaat zoals in Nederland, zijn meer dan 60 projecten met grootschalige (meer dan 1.000 m² collectoroppervlakte) thermische zonne-energie gerealiseerd. Omdat zonne-warmte vooral beschikbaar is op momenten met een minimale warmtevraag is warmte-opslag nodig. De in de zomer geoogste warmte wordt opgeslagen in een groot geïsoleerd voorraadvat en gebruikt in de winter. In het volgende figuur is een principe hiervan weergegeven. De warmtepomp zorgt voor de levering van piekwarmte en een verdere benutting van de opgeslagen zonne-warmte.

 

Innoforte heeft een berekening gemaakt voor de totale kosten van de warmtelevering. Ter vergelijking zijn de kosten van een warmtepomp weergegeven. Bij een maximale SDE subsidie is Solarthermie goedkoper. Daarbij is het opwekrendement op primaire energie voor het Solarthermie concept meer dan 200% (t.o.v. 135% voor een collectieve warmtepomp).

 

plaatje zorgsector 01

 

plaatje zorgsector 01

 

naar boven

Hoe nauwkeurig is een warmtemeter?

Net als de weegschaal bij de slager of de benzinepomp is een warmtemeter een nauwkeurig apparaat dat wordt gebruikt voor “handelsdoeleinden”. Sinds 1 januari 2015 vallen warmtemeters onder de zogenaamde metrologiewet. Deze wet stelt eisen aan de nauwkeurigheid van warmtemeters. De Vereniging van Meetbedrijven Nederland (VMNED) hanteert al jaren systemen om de juiste werking van gasmeters, elektricteitsmeters en warmtemeters te borgen. Dit houdt in dat zij pools maken van gelijksoortige meters met hetzelfde bouwjaar over geheel Nederland. Binnen deze pools vinden periodieke steekproeven plaats op basis waarvan de gehele pool wordt goedgekeurd (voor de komende 3 jaar) of wordt afgekeurd. Afhankelijk van de uitvoering mag een warmtemeter maximaal 4 tot 8% afwijken. Bij afkeur van een pool worden alle meters van deze pool vervangen.

Innoforte is sinds dit jaar coördinator van de warmtemeterpools. Dit houdt is dat Innoforte de overkoepelende database beheert, steekproeven trekt en de processen bij de deelnemers audit. Op dit moment doen 6 (grote) warmtebedrijven mee aan deze pool. Overheidsbedrijf Verispect zie toe op de juiste werking van het systeem. Daar sinds 1 januari 2015 sprake is van een wettelijke verplichting tot controle van warmtemeters treden momenteel ook kleinere warmtebedrijven toe tot deze pools. Geïnteresseerden kunnen contact opnemen met VMNED.

 

naar boven

Hoe duurzaam is warmte uit een warmtenet?

Er is veel discussie over wat nu precies duurzame warmte is. Is restwarmte uit een fossiele elektriciteitscentrale wel duurzaam te noemen. De brandstof is immers niet duurzaam en het aftappen van warmte gaat voor een klein deel ten kosten van de elektriciteitsproductie. En hoe duurzaam is warmte uit een biomassacentrale of uit een geothermische centrale, gegeven de verliezen die optreden bij transport en distributie van warmte? Het is belangrijk dat de duurzaamheid van warmte objectief wordt vastgesteld aan de hand van een norm. De duurzaamheid van warmte vormt immers een basis voor de berekening van EPC waarden, energielabels en soms ook voor het verkrijgen van subsidies. In Nederland hanteren we daarom de EMG norm (NVN 7125). In onderstaand overzicht laat Innoforte zien wat het toepassingsgebied is van deze norm.

plaatje zorgsector 01

Innoforte heeft inmiddels ruime ervaring met het opstellen van een door bureau CRG goedgekeurde EMG verklaring. Wij hanteren hierbij een in eigen beheer ontwikkeld transparant rekenmodel, zie voorbeeld.

plaatje zorgsector 01

 

Het meten van de duurzaamheid van warmte is ook een belangrijke factor bij het opstellen van een warmteplan. Met een warmteplan kan een gemeente een bepaald ontwikkelingsgebied benoemen als warmtegebied. Aansluiting op het warmtenet bij nieuwbouw is dan min of meer verplicht zodat investeerders in het warmtenet een voldoende zekerheden hebben. Door zich te beroepen op gelijkwaardigheid kan een toekomstige bouwer ontkomen aan de aansluitplicht. De duurzaamheid en milieuvriendelijkheid van zijn alternatief moet dan net zo goed zijn als een aansluiting op het warmtenet. Het bepalen van de gelijkwaardigheid blijkt in de praktijk op vele manieren te kunnen plaatsvinden. Samen met juriste Marinke Israëls publiceerde Wim Mans een artikel in het Nederlands Tijdschrift voor Energierecht waarin wij deze mogelijkheden beschrijven en tevens nagaan wat hierbij de wettelijke grenzen zijn voor gemeentes bij het opstellen van een warmteplan.

naar boven

Begeleiding verkoop warmtebedrijf Passewaaij in Tiel aan Eteck

Gemeente Tiel schakelde Innoforte in om na te gaan in hoeverre warmtebedrijf Eco-Maat voldeed aan zijn verplichtingen met betrekking tot de duurzaamheid van de geleverde warmte en de gehanteerde tarieven. Tijdens de uitvoering van dit adviesproject liepen de spanningen op tussen alle betrokkenen: bewoners, warmtebedrijf, gemeente en projectontwikkelaar. De juridisering van de problemen was in volle gang. Begeleiding door Innoforte heeft geleid tot een nieuwe oplossing waarbij de verkoop van het warmtebedrijf aan een koper met andere schaalgrootte de kern vormde. Innoforte lichtte het bedrijf Eco-Maat door, stelde een DCF waardebepaling en verkoopprospectus op. Daarna begeleidden wij het verkooptraject tot en met de contractvorming met Eteck. Enkele reacties van de betrokkenen:

Gerrit van Tintelen, directeur Eco-Maat: “De communicatie, de sturing en de voortgang verliepen zeer goed. Ondanks dat er af en toe tussen de partijen onenigheid was, wist Innoforte ons steeds te stimuleren om door te gaan op de ingeslagen weg. Dit was met zoveel verschillende belangen een knap staaltje”

Harold van Rooijen, directeur Vastgoed van KDO ontwikkeling (namens de projectontwikkelaar): “Wim Mans was voor ons de benodigde gids om in deze specialistische materie de overige “leken” de goede weg te wijzen. Het tijdstraject was scherp aangezet, maar door voortdurende sturing op de afwikkeling van de benodigde acties is de planning wel gehaald. Door goed verschafte inzichten in het proces en de casus, ware partijen eerder bereid om stappen te zetten richting een oplossing. Realistisch gezien ligt er een goed eindresultaat waarin alle partijen met een tevreden gevoel op terug kijken.”

Merijn Brouwer, ontwikkelaar van Eteck: “De uitgevoerde technische en bedrijfseconomische analyse was door Innoforte nauwkeurig en compleet uitgevoerd. De bedrijfskundige input van Innoforte zat hem met name in beheersen van het proces. Naast deze capaciteiten zou ik ook de menselijke kwaliteit willen benoemen. Het aaneen rijgen van belangen van 5 partijen vergt een sociale rol die Innoforte goed heeft weten te vervullen. Innoforte bleek capabel in het sturen van het proces en het formuleren van het einddoel. Hoofdzaken werden scherp van bijzaken gescheiden en partijen werden erop aangesproken wanneer ze met een bijzaak de hoofdzaak uit het oog dreigden te verliezen. Een soepel overnameproces is het resultaat geweest. De verschillende particuliere en zakelijke belangen zijn zeer zorgvuldig afgewogen en verwoord in de uiteindelijk ondertekende stukken.”

Geert Stinstra, projectleider gemeente Tiel: “Alle partijen hadden voldoende vertrouwen in de begeleiding door Innoforte. Dat was van wezenlijk belang voor het behalen van het eindresultaat.”

Hans Groskamp en Willem Keijzer, afnemers van warmte: “Innoforte hebben we als een zeer waardevolle mediator ervaren in het verkoop proces van WKO Passewaaij buurt 7. We hebben het gevoel dat door zijn inspanningen de bewoners via de klankbord kerngroep een goede inspraak hebben gekregen in het gehele proces. We hebben ervaren dat de heer Mans veel kennis heeft op het gebied van duurzame warmte en koude. Hij kan de betreffende materie duidelijk en in een eenvoudige bewoording uitleggen. Innoforte gaf goed sturing aan het proces en hield de vaart er in. We hadden niet gedacht dat het verkoop proces zo snel kon gaan. Onze ideeën werden gehoord en in de nieuwe overeenkomst zien we dat veel van onze wensen zijn meegenomen. Verder denken we dat dhr. Mans goed positie heeft ingenomen tussen de diverse betrokken partijen (projectontwikkelaar, de gemeente , (potentiële) warmteleveranciers én de afnemers/bewoners). We zijn ruim tevreden met het behaalde resultaat, ook al zijn niet al onze wensen gehonoreerd.”

naar boven

De mensen van Innoforte

Innoforte is een netwerkorganisatie pur sang. Wij werken per project met vele anderen samen. De samenstelling wordt steeds afgestemd op de doelstelling van het specifieke project. Onze vaste crew bestaat uit

  • Wim Mans: breed opgeleide specialist in warmtenetten. Wim volgt momenteel een opleiding tot register mediator.
  • Han Verheul: behaalde eerder dit jaar zijn vakbekwaamheidsdiploma’s vakmanschap bodemenergie en specialisatie ontwerp en realisatie bovengronds.
  • Pascal Teunissen. hij is gespecialiseerd in het bouwen van modellen. Hij bouwde onder andere het  LineaForte model voor de ontwikkeling van samenwerkingsmodellen, de database voor het beheer van de warmtemeters en het SLaid programma (pinch technologie voor warmteterugwinning in de industrie).

.

naar boven